De Boekenmakers
website door brill webdesign

Een beeld voor een monument

Deze week woonde ik de boekpresentatie bij van de biografie ‘Onze Willy’ van PSV clubicoon Willy van der Kuijlen. Van der Kuijlen met twee puntjes op de ij welteverstaan. Willy heeft uit gemak de puntjes verwijderd, maar heeft hiermee menig sportarchivaris op het verkeerde been gezet. Dit is slechts één van de vele anekdotes uit het boek van auteur Frans van den Nieuwenhof. De opkomst in het Philips Stadion was overweldigend en diverse gasten – waaronder bondscoach Bert van Marwijk – spraken niets dan lof over deze voormalige topvoetballer.

De keerzijde van al dat positieve geweld is het feit dat de man geen stuiver heeft overgehouden aan al die successen. Van der Kuijlen heeft geprobeerd met zijn zuurverdiende grijpstuivers te investeren in een sportzaak. Maar waar hij met scherp schoot op het veld, wist ‘onze Willy’ niet te scoren in zíjn sportzaak. De tragedie van deze bescheiden held. Toch staat hij – terecht – vereeuwigd in brons zij aan zij met Coen Dillen voor de poort van vak Oost waarop de gietijzeren letters ‘Eendracht maakt macht’ prijken. Een wat ongemakkelijke associatie naar een andere poort met een soortgelijke tekst – ‘Arbeit macht frei’  – kan ik niet helemaal uit mijn hoofd zetten, maar hé... we hebben het hier over een held, ‘onze’ held, dus laat ik me daartoe beperken. Helden moeten op een sokkel.

In Eindhoven weten ze om te gaan met het eren van ‘helden’. Je kon van Frits Philips zeggen wat je wilde, maar de man – die op zijn 100e stierf – heeft veel betekend voor de stad en kreeg in navolging van zijn vader Anton, die zich nu door drie Brabantse duiven en een gepensioneerde merel laat onderschijten op het Stationsplein, een standbeeld. Nota bene beeldhouwer Kees Verkade werd in Monaco van zijn hangmat gelicht om deze klus te klaren. Met een hoogte van bijna vier meter kijkt hij nu neer op de markt. Toegegeven, Verkade is er niet helemaal in geslaagd de fragiele en licht voorover gebogen Frits met zijn opgetrokken schouders en markante voortanden helemaal gelijkend te boetseren. Sterker nog, het doet wat streng, statig, zelfs communistisch aan, maar wij Eindhovenaren weten wel beter: dit is Frits!

Er ontstaat zo nu en dan nog wel eens een discussie of er niet weer een beeld moet komen voor dezen of genen. Zoals onlangs toen Jan van Beveren onverwachts stierf. Maar hoe verdrietig ook en hoe zeer Van Beveren één van de beste keepers was, de status van ‘heldendom’ gaat wat ver. Hier weten we te doseren. Niet overdrijven.

Hoe anders is dat in Amsterdam? Daar kennen ze het fenomeen van helden eren niet. Jazeker, in de Arena is de liftschacht vernoemd naar een onbeduidende diepgaande middenvelder waar ik de naam niet van weet en staat op de deur van de bezemkast de naam van een materiaalman die populair was in de jaren zeventig... Natuurlijk, dat andere voetbalfenomeen met de puntjes op de ij, is een écht fenomeen, maar kijk eens hoe men er mee omspringt. Zelfs het door Jan Wolkers ontworpen Auschwitzmonument werd diverse keren aan gruzelementen geslagen en de standbeelden voor o.a. Willy Alberti en André Hazes in de Jordaan zijn uit de hand gelopen kleihompen die van de draaiplank gevlogen zijn bij de plaatselijke pottenbakclub...

Gelukkig zijn er nog vele prettige uitzonderingen te noemen, maar in Nederland weet men geen raad hoe om te gaan met publieke figuren die geschiedenis geschreven hebben of een onuitwisbare indruk hebben achtergelaten waar men nog generaties over na zal praten. Voor mij persoonlijk hoeven die foeilelijke beelden niet gemaakt te worden. Een tijdloos document in boekvorm volstaat.