|
'Pieter en ik, wij kennen mekaar' Schud de hand van een lid van de koninklijke familie en iedereen wil weten hoe t-ie nou was. Het is de meest gestelde vraag aan mij deze dagen. En, hoe was Pieter? Nou, mijnheer Van Vollenhoven - want zo wordt hij net als elke andere burger van het land aangesproken - is vriendelijk, aardig, joviaal, innemend, charmant en gastvrij. Zowel aan de telefoon als aan tafel. Voorstellen was niet nodig, nee, wij kennen mekaar. Ik heb zijn mobiele nummer. Naast vele rapporten leest hij sinds kort Eindhovens stadsglossy FRITS, want die heb ik hem gegeven. Hij moest er hartelijk om lachen en sloeg mij van plezier amicaal op de schouder. O ja, want dat doe je ook nog. Naast het schrijven van boeken. Prof. mr. Pieter van Vollenhoven is naast echtgenoot van een prinses en vader van vier volwassen en getrouwde zonen vooral ook bekend als voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Ik had het genoegen hem in die hoedanigheid onlangs te ontmoeten. Complimenten voor mijn boek maar toch jammer dat ik niet wat aandacht besteed aan de veiligheid. Veiligheid gaat hem aan het hart. Het stoort hem dat veiligheid in Nederland niet continu op de bestuurlijke en politieke agenda staat. Ja, wanneer er weer iets is gebeurd in het land. En dan nog leren we vaak niet de juiste lessen. Of helemaal geen lessen. Hij kijkt er ernstig bij. Peinst. Om daarna in een gulle lach uit te barsten en mij met een breed armgebaar uit te nodigen bij de raad. Ze zitten immers op ons te wachten. Hij luistert een half uur aandachtig, maakt notities, stelt een enkele vraag ter verduidelijking en zwijgt verder. Daarna is hij aan het woord, stelt vragen, interrumpeert een lid van de raad, formuleert wat de onderzoeksopdracht volgens hem zou moeten zijn. Dat doet hij één keer, twee keer, drie keer. Er ligt per slot van rekening een vraag van het kabinet. Niemand valt de voorzitter in de rede. Wanneer hij spreekt, dan zwijgt de rest. Dat is duidelijk. De aanwezigen knikken instemmend. Toch ook niet de minsten. De raad grossiert in titels. Ik voel mij als een promovendus. Eenmaal buiten is daar onmiddellijk weer die lach, de kwinkslag en het gebaar. Hij gaat mij voor en neemt afscheid met een ferme handdruk. Dank u wel voor de presentatie. U bedankt voor de uitnodiging. Wij houden contact. Ja. En opnieuw vergeet ik hem de groeten te doen van componist/pianist Harry van Hoof en zijn vrouw Els. Uit Eindhoven. Gevleugelde vriend. Dat is hij ook nog. Of dat was hij. De volgende keer dan maar. In Den Haag. Of in Eindhoven. Dat kan ook. Jazeker. We bellen. Hans Matheeuwsen Ga terug naar columns
|









